
Netnieuws is een digitale uitgave van het College Belastingadviseurs (CB) en bericht over nieuwe fiscale wet- en regelgeving, interessante rechtspraak en andere fiscale wetenswaardigheden.
Het CB is zich volledig bewust van haar taak zo betrouwbaar mogelijke informatie te verstrekken. Niettemin aanvaardt het CB geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden.
De Belastingdienst ontvangt op veel manieren informatie over belastingplichtigen. Zo sturen banken en verzekeraars ‘renseignementen’ (elektronische opgaven) over banksaldi en betaalde premies. Deze gegevens hoeft de Belastingdienst niet te raadplegen bij de vaststelling van een aanslag. Op een verzorgd uitziende aangifte mag de Belastingdienst afgaan bij de vaststelling van de aanslag. Soms mag de inspecteur echter te lage aanslagen niet meer corrigeren, namelijk als hij eerder op zijn eigen verzoek gegevens heeft ontvangen van de belastingplichtige en die gegevens niet heeft geraadpleegd bij de vaststelling van de aanslag of die gegevens heeft weggegooid.
Dit is recent bepaald door Hof Den Bosch. Een belastingplichtige heeft in 1990 een verzekering afgesloten, waarvan de premies aftrekbaar waren tot 2001. Door een wetswijziging zijn de premies niet meer aftrekbaar vanaf 1 januari 2001. De belastingplichtige heeft de premies in zijn aangifte wel steeds als aftrekbare lijfrentepremies opgegeven en de inspecteur heeft de aanslagen steeds ‘conform aangifte’ vastgesteld. Bij de behandeling van de aangifte 2003 besteedt de inspecteur bijzondere aandacht aan de lijfrentepremieaftrek en vraagt alle relevante gegevens op, waaronder de polis. Vervolgens blijkt de lijfrentepremieaftrek onterecht en corrigeert de inspecteur de lijfrentepremieaftrek vanaf 2001. Daardoor zou de belastingplichtige vanaf 2001 nog belasting moeten nabetalen. De belastingplichtige is het daar niet mee eens, omdat hij de inspecteur na het afsluiten van de verzekering in 1990 al twee keer de gegevens over de verzekering, waaronder de polis, heeft verstrekt. Hof Den Bosch heeft begrip voor dat standpunt en bepaalt dat de inspecteur niet aan zijn verplichting tot raadpleging van zijn dossier kan ontkomen door de gegevens weg te gooien, ook niet als hij dat doet op basis van een interne instructie bij de Belastingdienst.
Als de inspecteur een aanslag vaststelt, mag de belastingplichtige er niet automatisch op vertrouwen dat de inspecteur alle gegevens uit zijn dossier heeft geraadpleegd. In beginsel kan de inspecteur de aanslag achteraf nog corrigeren als hij feiten verneemt die daartoe aanleiding geven. Dat is anders als de inspecteur de belastingplichtige om gegevens heeft verzocht en die gegevens niet heeft geraadpleegd of heeft weggegooid.
Bron: Hof Den Bosch, 13 juni 2007, nr. 06/00287
© College Belastingadviseurs