
Netnieuws is een digitale uitgave van het College Belastingadviseurs (CB) en bericht over nieuwe fiscale wet- en regelgeving, interessante rechtspraak en andere fiscale wetenswaardigheden.
Het CB is zich volledig bewust van haar taak zo betrouwbaar mogelijke informatie te verstrekken. Niettemin aanvaardt het CB geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden.
Veel mensen storten maandelijks een bedrag bij een verzekeraar voor een lijfrentepolis. In de toekomst krijgen zij dan een uitkering ter aanvulling op de VUT of pensioenuitkering. In vroeger jaren (vooral voor 2001) kon de betaalde lijfrentepremie vrijwel altijd van het inkomen worden afgetrokken. De later ontvangen uitkeringen zijn dan belast. In de loop der jaren zijn er echter steeds meer voorwaarden gesteld waaraan moet worden voldaan om de lijfrentepremie af te kunnen trekken. De regels zijn onder andere aangescherpt in de jaren 1992 en 2001. Tegenwoordig zijn betaalde premies voor lijfrenteverzekering alleen nog maar van het inkomen aftrekbaar als u een zogenoemd pensioentekort heeft.
Velen bleven hun betaalde lijfrentepremies ongewijzigd aftrekken ook al was dat volgens de nieuwe regels niet meer mogelijk. Inmiddels controleert de Belastingdienst veelvuldig of premies terecht zijn afgetrokken. Als blijkt dat de premie niet had mogen worden afgetrokken wordt het belastingvoordeel teruggenomen. Er moet dan alsnog belasting betaald worden over het ten onrechte afgetrokken premiebedrag. Daarnaast wordt in de meeste gevallen een boete opgelegd van 25 % van de alsnog verschuldigde belasting. Het beoogde belastingvoordeel slaat dus om in een nadeel.
Een belastingbetaler was het met de navordering en de boete niet eens. De verzekeringsmaatschappij had hem erop gewezen dat de polis per 2001 gewijzigd moest worden om nog voor premie-aftrek in aanmerking te komen. Die raad werd niet opgevolgd. Hij liet de polis niet wijzigen, maar bleef de premies wel aftrekken. Ten onrechte dus. Aanvankelijk accepteerde de belastingdienst de aangifte. Na controle in een later jaar werd de aftrek alsnog geweigerd.
De belastingbetaler dacht dat de Belastingdienst wel zou beoordelen of de aftrek terecht was. Hij meende dat de inspecteur niet kon terugkomen op de aftrek omdat hij die in eerste instantie wel had geaccepteerd. Volgens hem had de inspecteur kunnen weten dat aftrek niet mogelijk was. In fiscale termen: hij had geen nieuw feit. De Rechtbank oordeelde dat het al dan niet aanwezig zijn van een nieuw feit in dit geval niet relevant was. De belastingplichtige was immers te kwader trouw. Hij heeft, ondanks informatie van de verzekeringsmaatschappij, de lijfrente toch afgetrokken. In dat geval kan de Belastingdienst altijd navorderen. De boete van 25 % vond de Rechtbank daarom passend en geboden.
Trekt u ook lijfrentepremies af? Kijk dan nog eens goed naar de voorwaarden die daarvoor gelden en naar uw polis. Onjuiste aftrek kan u duur komen te staan.
[Rechtbank Haarlem, 14 februari 2006, nr. 05/3517, LJN-nummer: AV1666]