logo CB
www.cb.nl
Fiscaal nieuws / Netnieuws

Netnieuws

Netnieuws is een digitale uitgave van het College Belastingadviseurs (CB) en bericht over nieuwe fiscale wet- en regelgeving, interessante rechtspraak en andere fiscale wetenswaardigheden.

Het CB is zich volledig bewust van haar taak zo betrouwbaar mogelijke informatie te verstrekken. Niettemin aanvaardt het CB geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden.

De baatbelasting: ‘beboet’ voor een bate?

14 maart 2006
Categorie: CB Netnieuws

Door: Corien Gutte

 

Gemeenten kunnen, behalve de alom bekende onroerende-zaakbelastingen, veel meer belastingen heffen. Het gaat onder andere om de forensenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting, hondenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting, de baatbelasting en de afvalstoffenheffingen. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke van deze belastingen zij willen heffen. Zij moeten de regels daarvoor vastleggen in een belastingverordening.

Baatbelasting is verschuldigd door (o.a.) eigenaren van onroerende zaken die gebaat zijn doordat de gemeente voorzieningen heeft aangebracht die bestemd zijn voor het algemeen belang. Gedacht kan worden aan de aanleg van riolering, straten, pleinen, plantsoenen, parkeerplaatsen, lichtmasten etc.

De baatbelasting levert veel weerstand op bij de belastingplichtigen doordat deze belasting tot vervelende verrassingen kan leiden voor bijvoorbeeld de eigenaar van een winkel. In de eerste plaats is het goed mogelijk dat de winkelier niet van het bestaan van de baatbelasting afweet, zodat hij schrikt van de soms niet kinderachtige bedragen. Ten tweede kan de gemeente tot twee jaar na het afronden van de aanleg van de voorzieningen besluiten een baatbelasting te heffen. Tenslotte is het niet relevant of de winkelier zèlf zich gebaat acht door de voorzieningen.

Om eigenaren van onroerende zaken toch enige zekerheid vooraf te bieden, is de gemeente wel verplicht om, voordat met het aanleggen van de voorzieningen wordt begonnen, in een raadsbesluit vast te leggen welk deel van de kosten in de heffing van de baatbelasting zal worden betrokken. Tevens moet worden aangegeven in welk gebied de te baten onroerende zaken zijn gelegen.

De gemeente Hilversum ging met dit laatste de mist in. Aan een eigenaar van een paar winkels werd een aanslag baatbelasting van f 51.325,- opgelegd. De aanslag werd opgelegd omdat het centrum opnieuw was ingericht met een voetgangerspromenade met sierbestrating- en verlichting, straatmeubilair en bomenrijen. De door de gemeente gemaakte kosten werden voor een bedrag van circa 8 miljoen gulden omgeslagen naar de gebate onroerende zaken. Dit betrof voornamelijk winkels. De genoemde aanslag had echter voor een groot deel betrekking op winkels die buiten het in het raadsbesluit aangegeven gebied lagen. De gemeente was van mening dat heffing op zijn plaats was omdat de winkels weliswaar niet rechtstreeks aan de nieuwe voorzieningen grensden, maar eigendom waren van dezelfde eigenaar als van de aangrenzende winkel die wel aan de nieuwe voorzieningen grensde. De Hoge Raad oordeelde dat een groot deel van de aanslag onterecht was opgelegd. De aanslag werd verlaagd tot een bedrag van f 4.252,-.

[Hoge Raad 10 maart 2006, nr. 39.877, LJN-nummer: AV4031]


« nieuwslijst