
Netnieuws is een digitale uitgave van het College Belastingadviseurs (CB) en bericht over nieuwe fiscale wet- en regelgeving, interessante rechtspraak en andere fiscale wetenswaardigheden.
Het CB is zich volledig bewust van haar taak zo betrouwbaar mogelijke informatie te verstrekken. Niettemin aanvaardt het CB geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden.
De Hoge Raad heeft op 24 februari 2006 beslist dat een lening voor een verbouwing van de eigen woning die eerst gefinancierd is met eigen middelen onder omstandigheden toch kan worden aangemerkt als een lening waarvan de rente aftrekbaar is.
De casus was als volgt. Een echtpaar wilde de eigen woning verbouwen en daarvoor een hogere hypothecaire lening afsluiten. De hypothecaire lening liep per 1 oktober 1998 af.
Het echtpaar wilde in 1997 vervroegd aflossen en daarna een (hogere) lening afsluiten. De geldverstrekker gaf echter aan dat het echtpaar dan boeterente zou moeten betalen. Het echtpaar besloot te wachten met aflossing en ging pas op 5 oktober 1998 een nieuwe lening aan. Ondertussen heeft het echtpaar voor 1 oktober 1998 al uitgaven gedaan voor de verbouwing die zij uit eigen middelen hebben voorgefinancierd.
De inspecteur accepteert het deel van de lening dat betrekking heeft op kosten die voor 1 oktober 1998 zijn gemaakt niet als een lening voor de eigen woning. De rente is dan niet aftrekbaar.
Het echtpaar krijgt gelijk van het Gerechtshof in Arnhem. Het Hof stelt dat de lening wel een eigenwoningschuld is waarvan de rente aftrekbaar is, omdat het echtpaar van meet af aan de bedoeling had de verbouwing te financieren met een geldlening. Alleen het feit dat boeterente moest worden betaald weerhield het echtpaar ervan om direct een nieuwe lening af te sluiten. De staatssecretaris van Financiƫn is het daarmee niet eens en legt de zaak voor aan de Hoge Raad. Die bevestigt in het arrest van 24 februari 2006 de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad geeft aan dat als het oogmerk is geweest de verbouwing met een geldlening te financieren, de enkele omstandigheid dat sprake is geweest van een voorfinanciering, niet leidt tot een ander kwalificatie van de lening.
[Hoge Raad 24 februari 2006 nr 39.961, LJN-nummer AV2335]