
Netnieuws is een digitale uitgave van het College Belastingadviseurs (CB) en bericht over nieuwe fiscale wet- en regelgeving, interessante rechtspraak en andere fiscale wetenswaardigheden.
Het CB is zich volledig bewust van haar taak zo betrouwbaar mogelijke informatie te verstrekken. Niettemin aanvaardt het CB geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden.
Volgens het arbeidsrecht kan een werkgever slechts schade op een werknemer verhalen, die de werknemer tijdens werktijd heeft veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid. Op grond van de rechtspraak werd daarom vrij algemeen aangenomen, dat een werkgever lichte verkeersboetes, zoals snelheidsovertredingen, niet kan verhalen op zijn werknemers. Dat blijkt echter anders te zijn. Ook lichte verkeersboetes komen volgens een recente uitspraak van onze hoogste rechter in beginsel voor rekening van de werknemer. In 2001 oordeelde de Hoge Raad nog anders (geen verhaal behoudens opzet of bewuste roekeloosheid). De Hoge Raad “gaat dus om”.
Deze uitspraak heeft ook fiscale gevolgen voor de werknemer. Als de werkgever de verkeersboete niet verhaalt op zijn werknemer, dan geniet de werknemer een loonvoordeel tot het bedrag van de boete. De niet verhaalde boete behoort dus tot het loon. Het bedrag van de boete moet worden gebruteerd. Bij een boete van € 50 die voor rekening van de werkgever blijft, bedraagt het in aanmerking te nemen loon dus maximaal € 100.
Samenvattend:
Een boete wegens een verkeersovertreding tijdens werktijd is voor rekening van de werknemer. Blijft de boete voor rekening van de werkgever, dan geniet de werknemer een belast loonvoordeel tot het gebruteerde bedrag van de boete. Als de werkgever de werknemer heeft aangespoord om te hard te rijden, dan is de boete een uitvloeisel van de nakoming door de werknemer aan de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. In dat geval kan de boete wel onbelast voor rekening van de werkgever blijven.
Bron:
Hoge Raad, 13 juni 2008, nr. C06/232HR
© College Belastingadviseurs