
Netnieuws is een digitale uitgave van het College Belastingadviseurs (CB) en bericht over nieuwe fiscale wet- en regelgeving, interessante rechtspraak en andere fiscale wetenswaardigheden.
Het CB is zich volledig bewust van haar taak zo betrouwbaar mogelijke informatie te verstrekken. Niettemin aanvaardt het CB geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden.
Waarschijnlijk hoort u niets nieuws, als uw belastingadviseur u vertelt dat uw giften aan algemeen nut beogende instellingen en verenigingen aftrekbaar zijn als een persoonsgebonden aftrekpost. Wel geldt een aftrekbeperking van 1% van het verzamelinkomen en ten minste € 60. Misschien weet u ook al dat voor periodieke giften helemaal geen aftrekbeperking geldt. U moet de periodieke gift dan wel notarieel vastleggen en u moet de verplichting aangaan voor een periode van ten minste vijf jaar.
Onlangs heeft de Hoge Raad beslist, dat de verplichting om de periodieke gift te doen ook in aftrek kan worden gebracht op de rendementsgrondslag in box 3. Deze dubbele aftrekmogelijkheid geldt zeer waarschijnlijk ook voor partneralimentatie(verplichtingen).
Arrest van de Hoge Raad
Op 25 augustus 2008 hebben wij in deze rubriek aandacht besteed aan de, toen nog lopende, cassatieprocedure inzake een periodieke lijfrentegift. Wat was het geval:
Belanghebbende heeft bij notariële akte van 20 december 2000 een lijfrente geschonken aan een stichting ter grootte van zes jaarlijkse termijnen € 72.605. De betaalde jaarlijkse termijnen in 2001 en 2002 zijn door hem als persoonsgebonden aftrek in mindering gebracht op zijn inkomen uit werk en woning in die jaren. Daarnaast heeft hij de waarde van de verplichting tot betalen van de lijfrente in mindering gebracht op de rendementsgrondslag van box 3: in 2001 gemiddeld € 285.897, in 2002 gemiddeld € 227.587. De waarde van de verplichting is niet in geschil.
De Hoge Raad heeft inmiddels op 27 februari jl. de zaak beslist in het voordeel van de belanghebbende. De jaarlijkse uitkering leidt tot een persoonsgebonden aftrekpost. Daarnaast mag de lijfrenteverplichting als schuld worden aangemerkt voor de bepaling van de rendementsgrondslag in box 3.
Gevolgen voor de praktijk
Hoewel de Hoge Raad zich hierover nog niet expliciet heeft uitgelaten, zijn wij van mening, dat deze ‘dubbele’ aftrek ook geldt voor de alimentatieverplichting ten aanzien van de voormalige echtgeno(o)t(e), de zogenaamde partneralimentatie.
Het arrest van de Hoge Raad roept de vraag op of er nog andere uitgaven zijn, die aftrekbaar zijn als persoonsgebonden aftrekpost en waarvoor de verplichting aftrekbaar is in box 3. Gedacht kan worden aan (andere) onderhoudsverplichtingen, uitgaven voor levensonderhoud van kinderen, scholingsuitgaven of ziektekosten.
Wij zijn van mening dat bijvoorbeeld voor kinderalimentatie ook een dubbele aftrekmogelijkheid geldt. De kinderalimentatieplichtige kan onder voorwaarden een forfaitair bedrag aan uitgaven voor levensonderhoud in aftrek brengen als persoonsgebonden aftrek. Maar ook de kinderalimentatieverplichting lijkt in box 3 in aanmerking te kunnen worden genomen. De vordering van de kinderen hoeft in dat geval niet in box 3 te worden aangegeven, omdat de kinderalimentatie-uitkeringen al zijn toegewezen aan box 1 en daar uitdrukkelijk zijn vrijgesteld.
Advies
Het lijkt raadzaam om, niet alleen voor periodieke giften, maar ook voor andere verplichtingen, zoals de alimentatieverplichting, een schuld op te voeren in box 3. Uw belastingadviseur kan u vertellen of u er fiscaal belang bij zou hebben om een aanvulling op de aangifte te doen of bezwaar te maken tegen uw belastingaanslag.
Bron: Hoge Raad 27 februari 2009, nr. 07/12914