RB: 10 vereenvoudigingsvoor-stellen voor fiscale behandeling loon van de directeur-grootaandeelhouder

15 september 2009

 

De fiscale en sociaalverzekeringsrechtelijke positie van de directeur-grootaandeelhouder (dga) heeft al enige tijd de volle aandacht.

 

De dga, een ondernemer met een bv, blijft moeilijk te plaatsen in de fiscale en sociaalverzekeringsrechtelijke wetgeving. Voor de loonbelasting, premies volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW wordt uitgegaan van een dienstbetrekking tussen de dga en zijn bv. De bv moet over een ‘gebruikelijk loon’ loonheffing afdragen, ongeacht of het werkelijke salaris van de dga lager is. Ook indien de bv verlies maakt moet de dga in beginsel loonheffing betalen over een gebruikelijk loon. Vergeleken met ondernemers zonder bv verkeren dga’s daarom in een bijzondere positie. Ondernemers zonder bv die verlies maken, hoeven immers geen inkomstenbelasting te betalen. Zeker in deze tijd van economisch zwaar weer wordt deze ongelijke fiscale behandeling van ‘gewone’ ondernemers en dga’s als onbillijk ervaren.

De staatssecretaris van Financiën heeft daarom aangekondigd dga’s tegemoet te willen komen door het gebruikelijk loon duidelijker te koppelen aan de reële winst (Financieel Dagblad, 1 september 2009). Het Register Belastingadviseurs (RB) juicht het initiatief van de staatssecretaris van Financiën toe en doet daarom 10 praktische voorstellen voor vereenvoudiging van de gebruikelijkloonregeling en verzachting van de ongewenste effecten ervan.

Aanbevelingen RB

  1. Het RB adviseert voor de omvang van het gebruikelijk loon uit te gaan van een wettelijk normbedrag ten hoogte van maximaal de premiegrens voor de volksverzekeringen (2009: € 32.127).
  2. Indien de fiscale winst van de bv lager is dan het wettelijke normbedrag dient het gebruikelijke loon op dat lagere bedrag te worden gesteld. Bij een verlies dient geen gebruikelijk loon in aanmerking te moeten worden genomen. De dga moet ook in verliessituaties onder zakelijke voorwaarden geld van zijn bv kunnen lenen zonder dat dat aanleiding geeft voor een bijtelling bij het gebruikelijk loon.
  3. Het RB adviseert de invoering van een maximum in aanmerking te nemen gebruikelijk loon van € 100.000. Zonder de doelmatigheidsmarge van 30% komt dit neer op een salaris van bijna € 143.000. Indien door hoge aftrekposten het belastbaar inkomen in box 1 lager is dan de premiegrens voor de volksverzekeringen, kan de inspecteur het maximum gebruikelijk loon verhogen met dat verschil.
  4. In concernstructuren dient het gebruikelijk loon te worden vastgesteld op grond van een concernbenadering. Het afroomcriterium dient slechts te worden toegepast, indien de nettowinst van het concern als geheel nagenoeg geheel toerekenbaar is aan de persoonlijke arbeid van de dga.
  5. Het RB sluit zich aan bij het voornemen van de staatssecretaris van Financiën dat de toepassing van de gebruikelijkloonregeling achterwege kan blijven indien het gebruikelijk loon niet hoger is dan € 5.000. Aanvullend beveelt het RB aan dat geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen indien de activiteiten van de bv voor de inkomstenbelasting niet zouden kwalificeren als een materiële onderneming.
  6. In deeltijdfuncties dient de omvang van het wettelijke normbedrag naar rato te worden verminderd.
  7. Het huwelijksgoederenregime moet geen invloed hebben op de toepassing van de gebruikelijkloonregeling. De gebruikelijkloonregeling moet daarom toepassing vinden, indien ten minste één van beide echtgenoten een aanmerkelijk belang heeft.
  8. De doorbetaaldloonregeling moet toepassing vinden, indien ten minste één van beide echtgenoten een aanmerkelijk belang heeft.
  9. De doorbetaaldloonregeling moet ook voor de premies werknemersverzekeringen toepassing vinden, indien de werknemer niet bij iedere inhoudingsplichtige verzekerd is voor de werknemersverzekeringen.
  10. Voor de verzekeringsplicht van de dga voor de werknemersverzekeringen moet aansluiting worden gezocht bij de criteria die gelden voor een aanmerkelijk belang (5%). Geen verzekeringsplicht bestaat dan voor werkzaamheden van een aanmerkelijkbelanghouder voor een vennootschap waarin hij direct of indirect een aanmerkelijk belang heeft.

Lees hier de notitie ‘Aanbevelingen gebruikelijk loon dga’.


Noot: In het kader van ‘het jaar van de dga 2008’ hebben de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs (NFB), zusterorganisatie van het College Belastingadviseurs (CB), en de Samenwerkende Registeraccountants en Administratieconsulenten (SRA) een onderzoek laten uitvoeren naar de fiscale en sociaalverzekeringsrechtelijke positie van de dga. Het rapport is verkrijgbaar onder de titel ‘De fiscale positie van de dga, Kluwer 2009, ISBN 978-90-13-06356’.




Bladzijden
CB-LEDENLOGIN
Dit gedeelte van de website is alleen toegankelijk voor CB-leden.
LIDNUMMER
WACHTWOORD